De Stadskoerier

Zondag, 5 april 2020

Al het nieuws uit Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis

Familie Schurink: 'Het belangrijkste is: wat doet God daar?'

Familie Schurink: 'Het belangrijkste is: wat doet God daar?'
Foto: Egbert van Houwelingen
Redactie: Bas Wilberink

(door Enrico Kolk)

DEBRECEN (H) - Al bijna twee jaar zijn Danny en Tabitha Schurink uit Genemuiden aan het werk in opdracht van de Gereformeerde Zendingsbond (GZB). Voor verlof brengen ze nu een periode in hun thuisstad door, komende maandag vertrekken ze weer naar hun andere thuisstad: Debrecen in Hongarije.

Want zo voelt het, legt Danny uit. “Hier in Genemuiden is ons thuis, maar Debrecen is ook ons thuis. Ook daar wordt op ons gewacht.” Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was dat ze tijdelijk in de Hongaarse stad zouden wonen, blijft dat voorlopig hun woonplaats. “Soms word je ingehaald door de tijd.”

Roma

De Schurinks werken als diaconaal zendingswerkers onder de Roma-bevolking in Slowakije, net over de grens met Hongarije. “Dat gebied was Hongaars, maar is later Slowaaks geworden. De mensen wonen er nog wel, maar zijn een minderheid. Ze spreken volledig Hongaars, de taal die wij geleerd hebben. Daarbinnen wonen ook nog de Roma’s. Die zijn een minderheid in de minderheid.”

De Roma-bevolking staat daar aan de rand van de samenleving. “Wij zijn daar om er voor hen te zijn en aandacht aan hen te geven. We willen door de ogen van Jezus in liefde naar onze naaste kijken.” Danny en Tabitha proberen de muren tussen de lokale en de Roma-bevolking af te breken en bruggen te bouwen. “We willen de Hervormde kerk in Hongarije leren om te gaan met de Roma.”

Dat lukt hen niet zomaar. “Dat veranderen gaat alleen door de kennis van het evangelie en het in de praktijk brengen ervan”, vertelt Danny. “En wij zijn geen theologen. We waren gewone gemeenteleden. We voelen ons niet geschikt, maar dit is de weg die God met ons wil gaan.”

Dat begon toen hij op zendingsexpeditie in Zuidoost-AziĆ« was in januari 2017. “In Thailand zei ik: ik heb niet het gevoel dat ik geschikt ben. Een zendingswerker zei toen: God vraagt niet of je geschikt bent, maar of je beschikbaar bent.”

Tabitha zou op dat moment beginnen met een opleiding. “Ik ben er maar drie dagen geweest”, zegt ze. “Ik moest weer stoppen.” De ‘zendingsdrang’ liet hen niet los. Toch leek het niet het ideale moment: een gezin met allemaal tienerkinderen. “Toen zei de GZB: jullie kinderen zijn ook onze grootste zorg.”

Kinderen

Oudste zoon Jelmer besloot om niet mee te gaan, hoewel hij achter de beslissing stond. “Dat zet je wel aan het denken”, zegt Danny. “Abraham moest ook zijn zoon offeren, God voorzag daarin. Hoewel dit natuurlijk geen fysiek offer is.” Dochter Nadine ging de eerste acht maanden mee en werd in die periode gevormd. “Ze is nu buddy van een meisje uit Eritrea”, zegt Tabitha. “Dat is er wel de vrucht van.”

Nu ze acht weken verlof (geen vakantie) in Nederland hebben, is het gezin weer even compleet. “Dat is wel het allermooiste aan de tijd hier”, vindt Danny. “Maar het afscheid nemen went nooit, dat wordt alleen maar moeilijker.” Toch leren ze ook relativeren, merkt Tabitha op. “Op het moment dat Jelmer na de eerste weken terugging naar Nederland, verloren collega’s in AlbaniĆ« een kind van zeven jaar. Onze kinderen zijn er gewoon nog, waar klagen we over?”

Presentaties

In de verlofperiode hielden Danny en Tabitha in totaal 25 presentaties. “Maar dat is wel echt ons ding”, zegt Danny. “Het zijn niet alleen zendingsavonden met de hele gemeente, maar we komen ook op catechisaties en ouderenmiddagen.”

Vaak komen er dan vragen wat het echtpaar doet in Slowakije. “Het is niet belangrijk wat wij doen”, vindt Tabitha. “De belangrijkste vraag is: wat doet God daar? God wil bemoeienis hebben met deze mensen.”