De Stadskoerier

Donderdag, 28 mei 2020

Al het nieuws uit Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis

Tien jaar terug: Vier keer goud niet genoeg voor ‘eigenwijze’ Wim Dillen

Tien jaar terug: Vier keer goud niet genoeg voor ‘eigenwijze’ Wim Dillen
Foto: Neeke Wassenbergh
Redactie: Gerard Meijeringh
(door Gerard Meijeringh)

GENEMUIDEN - Tijdens de coronacrisis liggen alle sportactiviteiten stil. Sportliefhebbers vullen dit hiaat op door terug te kijken in de tijd. De Stadskoerier doet mee en bladert terug. In deel 5 van ‘Tien jaar terug in de tijd’ staat Wim Dillen centraal. De Genemuidenaar was tien jaar geleden zeer succesvol bij het skeeleren. Na een vervelende scheenblessure pakte hij van 13 tot en met 15 mei 2010 op het NK Inlineskaten op de piste in Medemblik maar liefst vier gouden medailles. Toch ging Dillen niet met een tevreden gevoel naar huis. “Ik ging voor zes keer goud.”

Het is zaterdag 8 mei 2010. Dillen maakt zich in Nijeveen op voor de tweede landelijke baanwedstrijd. Het is een belangrijk meetmoment een week voor het NK. Hoe staat hij ervoor na zijn scheenbeenblessure? Al snel blijkt dat hij in een goede vorm steekt. Hij wint het eindklassement met zeges op de 3.000 en 10.000 meter. Een week later pakt Dillen vier nationale titels bij het NK in Medemblik.

Anno 2020 moet Dillen even goed in zijn geheugen graven. “Ik weet nog wel dat ik een scheenbeenblessure opliep. Dat gebeurde bij de sprongtraining. Ik deed dat altijd op de tafel. Maar toen ging het mis. Ik bleef haken. Daar heb ik enkele weken mee gezeten”, aldus Dillen.

Dillen was in die tijd zeer succesvol. In de jeugd verzamelde hij een kast vol prijzen bij het skeeleren. Het NK in Medemblik verliep succesvol, maar toch had hij vooraf op meer gehoopt. “Ik had nog nooit zes keer goud gewonnen bij een NK. Dat was het doel, maar dat lukte niet. De 300 meter nekte me. Toen werd ik derde.” Dillen pakte ook brons op de 500 meter en werd nationaal kampioen op de 15 kilometer afvalkoers, 1000 meter, 10 kilometer afvalkoers en de 3 kilometer aflossing. Toch voelde het een beetje als een teleurstelling dat hij zijn doel niet had gehaald. Begin augustus volgde een grote tegenslag. Op het EK in Italië brak hij zijn sleutelbeen bij het inrijden. Het was een van de weinige tegenslagen van Dillen in de jeugd. Hij leefde voor zijn sport en reeg de successen aaneen bij het skeeleren en het marathonschaatsen. “Ik heb veel gewonnen, maar op belangrijke momenten viel het kwartje soms de verkeerde kant op.”

Aanpassen

Met zijn overgang naar de senioren veranderde er veel voor Dillen. “In de jeugd won ik bijna alles met overmacht. Ik was gewend om vroeg de sprint aan te gaan, maar de manier van koersen is bij de senioren anders.” Dillen had moeite om zich aan te passen. “Ik was een einzelgänger pur sang. Ik hoefde in het peloton geen vriendjes te hebben. Als ik in teamverband had willen sporten, dan was ik wel op voetbal gegaan.” Bovendien miste Dillen bij rijders in het marathonschaatsen en bij het skeeleren waarmee hij in aanraking kwam de echte wil en knowhow om beter te willen worden. “Daar liep ik tegenaan. Ik liep vast. Ik ben een pietje-precies. Als ik iets doe, dan wil ik het goed doen. Anders begin ik er liever niet aan.”

Dillen was ook bij de senioren af en toe succesvol, maar het plezier ebde steeds meer weg. Het overlijden van Sjoerd Huisman eind december 2013 was een grote klap voor Dillen. “Enkele dagen eerder vlogen we met z’n beiden samen de boarding in bij een training. Aan de binnenkant viel er iemand. Die schepte mij en Sjoerd. Een paar dagen later is Sjoerd overleden. Daarna heb ik maar wat aangemodderd. Ik won in juli 2014 nog wel een skeelerwedstrijd op het TT-circuit. Die overwinning heb ik aan Sjoerd opgedragen.”

Geen match

In 2015 stopte Dillen met schaatsen. “Tijdens een training heb ik mijn schaatsen uitgetrokken. Ik was er helemaal klaar mee. Dat jaar heb ik nog wel geskeelerd. Daar ben ik ook mee gekapt. ‘Ik stop ermee’, heb ik bij de keukentafel tegen m’n ouders gezegd. Daar was m’n pa blij mee. Ik wilde altijd heel hard trainen. Veel mensen dachten dat mijn vader daar achter zat, maar dat was niet het geval. Het kwam uit mezelf. Ik matchte niet met het wereldje. Ik wilde zelf bepalen wat er ging gebeuren, maar je komt er vanzelf achter dat je het niet alleen kunt. Of ik ben afgeknapt op het wereldje? Ik denk het wel. Bij het skeeleren en het marathonschaatsen had je meerdere kliekjes, maar ik kwam om mijn sport te bedrijven en om te winnen. Ik heb er alles voor aan de kant gezet, maar er niet alles uitgehaald. Ik kwam niet om vrienden te maken. Maar ik heb wel een prachtige tijd beleefd met vele mooie overwinningen. En het mooiste is: ik heb er een prachtige vrouw aan overgehouden.”